Elk jaar rond de Pride-maand en op internationale actiedagen zien we hetzelfde schouwspel. Sociale media stromen vol met foto's van ministers en beleidsmakers. Ze glimlachen breed, zwaaien met de progressieve Pride-vlag en spuwen victorie over het zoveelste 'historische actieplan' voor Gelijke Kansen. Het is een prachtig staaltje pr-werk. Maar achter die flitsende camera's en ronkende persberichten schuilt een pijnlijke, bijna walgelijke realiteit: voor ons, non-binaire en genderfluide personen, beweegt er in de praktijk helemaal niets.
Als trans genderfluïde persoon schrijf ik dit namens de gemeenschap op TransOasis, maar ik richt me hiermee ook rechtstreeks tot de overheid en de ministers die beweren er 'voor iedereen' te zijn. Het is tijd om de maskers af te zetten.
De vlucht in de bureaucratie
Wanneer je deze beleidsmakers rechtstreeks confronteert met de harde feiten, verandert de glimlach onmiddellijk in een defensieve reflex. Vraag je een minister waarom de wettelijke erkenning van non-binaire personen op de identiteitskaart al ruim zes jaar stilligt? Vraag je waarom all-gender toiletten op de werkvloer en in openbare gebouwen nog steeds geen verplichting zijn? Dan krijg je geen begrip. Je krijgt geen menselijke erkenning van het feit dat het huidige beleid tekortschiet.
In plaats daarvan verschuilen ministers zich achter het 'middenveld'. Ze beweren dat actieplannen een gedeelde verantwoordelijkheid zijn. Dat is een klassieke politieke afleidingsmanoeuvre. Het middenveld adviseert en levert al jaren uitstekend werk, maar zij hebben geen wetgevende macht. Zij schrijven de wetten niet. Zij passen de ID-kaarten niet aan. Dat is de exclusieve taak van de minister. Het misbruiken van belangenorganisaties als schild om de eigen politieke inertie te verbergen, is een minister onwaardig.
Toonpolitiek als bliksemafleider
Nog stuitender is de overstap naar 'toonpolitiek' (tone policing) zodra de kritiek hen te dichtbij komt. Als de gemeenschap weigert om nog langer vriendelijk te smeken om basisrechten, en in plaats daarvan hard op tafel klopt, wordt de criticus weggezet als 'negatief'. Ministers werpen zich dan op als de ridders van de 'positieve en inclusieve strijd'.
Dit is puur gaslighting. Het eist van een gemarginaliseerde groep dat zij applaudisseert voor plannen waar ze zelf nauwelijks in voorkomen. Een houding is niet inclusief omdat ze positief klinkt; een houding is pas inclusief als ze leidt tot concrete, wettelijke resultaten. Het is een diepe belediging voor onze waardigheid om kritiek op falend beleid te reduceren tot een 'verkeerde instelling' van de burger.
Een houding is niet inclusief omdat ze positief klinkt. Een houding is pas inclusief als ze leidt tot concrete, wettelijke resultaten.
De angst voor het woord
Het meest veelzeggende symptoom van deze politieke koudwatervrees is de taalachterstand. Ministers krijgen het woord 'non-binair' schijnbaar niet op hun klavier ingetypt, en al helemaal niet uitgesproken. In officiële reacties en algemene teksten over genderdiscriminatie vlucht men steevast in genderneutrale algemeenheden die in de praktijk nog altijd overduidelijk zijn geënt op het binaire model van man en vrouw.
Als je de moed niet eens hebt om de groep waar het over gaat bij naam te noemen, hoe kun je dan beweren dat je voor hen strijdt? Deze angst om de non-binaire genderidentiteit effectief te benoemen en wettelijk te verankeren, houdt ons doelbewust in de schaduw. Het dwingt ons om in het onzichtbare te leven. Het is zielig, lafhartig en fundamenteel onrechtvaardig.
Een oproep tot echte rechtvaardigheid
Een minister van Gelijke Kansen hoort niet enkel af te gaan op bureaucratische procedures of politieke pr-kansen. Een minister hoort te handelen naar menselijkheid en universele rechtvaardigheid. Het ontbreken van wettelijke erkenning is geen administratief detail; het is een dagelijkse, emotionele en sociale belasting voor duizenden burgers die het gevoel krijgen dat ze er voor hun eigen overheid simpelweg niet toe doen.
Dat ministers kritiek moeten aanhoren, is voor hen hooguit een tijdelijk politiek ongemak. Maar voor ons is deze wettelijke uitsluiting een permanente, onterende realiteit.
Aan de overheid zeggen wij: we zijn de mooie woorden, de handtekeningen en het holle palaver beu. Wij eisen de beloofde aangepaste ID-kaart. Wij eisen wetgeving die non-binaire personen écht beschermt en erkent. Zolang die daden uitblijven, zullen we niet stiller worden. We zullen alleen maar harder, scherper en vaker op uw tafel komen kloppen. Want rechtvaardigheid dwing je af, die vraag je niet beleefd.
TransOasis is een plek waar wij ons verhaal mogen vertellen zoals het is. Met rust waar rust mag zijn, en met vuur waar vuur nodig is.
Lees meer op TransOasis